Barrières in Maastricht

Waar liggen grote ruimtelijke belemmeringen voor fietsverkeer?

Vijf bruggen voor fietsers in Maastricht. Dat lijkt misschien veel, maar de Maas is toch de belangrijkste barrière voor fietsverplaatsingen in Maastricht. Het spooremplacement en de A2 zijn kleinere barrières in de stad. Door de hinder bij het doorkruisen van het centrum kan de binnenstad ook als een barrière voor het fietsverkeer kan worden opgevat.
Barrières tussen de stad en het buitengebied vinden we met name bij de noordwestelijke stadsrand (grenszone bij het Albertkanaal) en ten noorden van Wyck (het verkeer bij de Noorderbrug en bedrijventerrein Beatrixhaven vormen een groot onaantrekkelijk gebied).

Maas


De  Maas geeft licht, lucht en ruimte in de stad, maar splijt Maastricht ook in tweeën.

Van de 5 bruggen over de Maas trekt de oudste (Sint Servaasbrug) de meeste fietsers (zo’n 8500 per dag). Het is op zichzelf een aantrekkelijke brug. Wel hebben fietsers last van hinder doordat de brug openstaat, door grote drukte of activiteiten op de routes er naar toe. Sportfietsers zie je hier dan ook hoogst zelden.

Rijbaan verstopt door vrachtwagens, busjes, auto's
Teveel drukte in de binnenstad leidt voor fietsers tot een worsteling om er door te komen.

In het najaar van 2003 is de Hoeg Brögk in gebruik genomen. Hoewel deze brug alleen via trappen of liften toegankelijk is, rijden er dankzij de bestemmingen in de omgeving toch dagelijks zo’n 4000 fietsers. De trappen hebben ook een voordeel: ze houden de verbinding scootervrij.

De Wilhelminabrug heeft vooral te kampen met het ontbreken van een fietsverbinding over het spooremplacement, waardoor de brug voor veel fietsers moeilijk te bereiken is. De brug zelf heeft een zeer beperkte functie voor autoverkeer en wordt massaal gebruikt door fietsers en scooteraars. Als er een trambaan wordt gelegd, wordt deze brug minder goed voor fietsers en zal het drukker worden op de Sint Servaasbrug.

De J.F. Kennedybrug heeft fietspaden, maar helaas enge oversteken bij de aanlandingen: rechtdoorgaand fietsverkeer moet er voorrang verlenen aan massaal afslaand autoverkeer. Dat is een groot probleem want Randwyck trekt veel verkeer aan, waaronder veel woon-werkfietsers en studenten.

De Noorderbrug wordt relatief weinig door fietsers gebruikt. Het is dan ook een onaantrekkelijke verbinding met industrie en veel autoverkeer. Bovenal is het tracé veel te lang: de afstand tussen de laatste woning op de ene oever en de eerste woning op de andere oever is bijna 2 kilometer! Aangezien de stad zich nog een stuk noordelijker uitstrekt dan de brug mag worden verwacht dat een fietsvriendelijkere mogelijkheid om de Maas over te steken zal leiden tot meer fietsgebruik. Daarvoor kan worden gedacht aan een fietspad over of langs de spoorbrug, een fietspad langs de stuw of een andere oversteekvoorziening bij Borgharen.

Ten noorden van de Noorderbrug is de volgende maasovergang het pontje Uickhoven-Geulle dat alleen in de zomermaanden vaart.

Ten zuiden van de Kennedybrug is de volgende vaste maaskruising pas 10 kilometer verder, bij de stuw van Lixhe. Aangenamer en veiliger is het fiets/voetveer tussen Eijsden en Lanaye dat in mei 2004 in gebruik is genomen. Dat pontje vaart echter niet in de winter.

Spooremplacement

Tussen de Viaductweg en de Scharnertunnel ligt het 1400 meter lange spoorwegemplacement. De fietstunnel aan de zuidkant wordt door een flink deel van de fietsers vermeden: ze steken nog iets zuidelijker over, bij de spoorwegovergang. Aan de noordkant kan langs de Viaductweg over het spoor worden gefietst: daar ligt een smal fietspad dicht langs de op de A2 na drukste weg van Maastricht (de weg is berekend op 80.000 mtv/dag).

A2

De A2 was, in tegenstelling met wat werd gesuggereerd, geen erg grote barrière voor fietsers: er waren binnen de gemeentegrenzen 13 kruisingen met de A2 en helder doorlopende fietsroutes. Aan de rand van de stad was de maaswijdte vooral bij Amby groot: tussen de tunnel bij Nazareth en het viaduct bij Rothem (1750 meter) was geen verbinding naar het westen. Daar is nu viaduct Wielerbaan bijgekomen.

Noordwestelijke stadsrand

Van de oude stad en de westelijke buitenwijken zou je kunnen zeggen dat ze als het ware op “de Belgische oever” van de Maas liggen. De feitelijke rijksgrens ligt er cirkelvormig omheen. De aanleg van het Albertkanaal parallel aan de rijksgrens en daarmee de doorsnijding van de meeste Romeinse en Middeleeuwse paden, heeft Maastricht ook ruimtelijk van zijn oorspronkelijke achterland geïsoleerd. Met name de bewegingsmogelijkheden van de bewoners van Malberg en (Oud) Caberg zijn beperkt. Er is geen veilige en aantrekkelijke fietsverbinding naar de belangrijke buurgemeente Lanaken en in het direct aanliggende buitengebied zijn alleen modderpaden. De grootschalige plannen voor de ontwikkeling van de rand van het Albertkanaal, het Lanakerveld en Belvédère (afgravingen, bedrijven, verkeerswegen, woningen) scheppen veel nieuwe bedreigingen maar ook kansen voor dit gebied. De Fietsersbond heeft 42 voorstellen voor betere fietsvoorzieningen in dit gebied: zie ons dossier westrand.

Albertkanaal
Een fraai plaatje van het Albertkanaal, dat kanaal vormt echter ook een grote barrière tussen de westelijke buitenwijken en het buitengebied. Mensen beseffen echter vaak niet wat ze missen.

 

 

Bewaren

Bewaren