Kloar Loch

Klare lucht of klare wijn
Toespraak van Wido Smeets bij de bijeenkomst van Kloar Loch, niet alleen over fijnstof maar ook over het fietsbeleid van ‘ons’ College van B en W

Een tijdje geleden had ik een Italiaanse vriend op bezoek die ik had beloofd een uitgebreid bezoek te brengen aan de oude Maastrichtse binnenstad. Italianen beginnen te gloeien als ze horen wat de Romeinen, het zijn per slot van rekening hun voorouders, in Europa hebben achtergelaten, dus hij verheugde zich enorm.

Waar hij óók naar had uitgekeken, was om dat tochtje met de fiets te doen. In zijn woonplaats gaat het te veel op en neer om lekker te fietsen, in het platte Maastricht zou het heel anders zijn.

Toen ik hem vertelde dat je fiets in de Maastrichtse binnenstad tegenwoordig wordt afgesleept als die niet in van overheidswege aangewezen stallingen wordt geplaatst, begon hij uit puur ongeloof te hikken van de lach. Vervolgens vertelde hij hoe hij vroeger op school had geleerd dat Nederland een land van fietsers is. En uit de kranten wist hij dat Nederland,net als Italië trouwens, auto’s uit de binnenstad wilde weren. Van dat verplichte fietsparkeren begreep hij dan ook geen biet. “Non capisco niente”.

Of had Maastricht misschien een Berlusconi-achtige burgemeester met belangen in de auto-industrie? vroeg hij zich nog af.

Nééé, zei ik, dit is het werk van een college met een wethouder van Groen Links, de partij van het milieu, de partij van de fietsers. Een wethouder die aan de leiband van de Maastrichtse middenstand loopt, toch niet bepaald een onderdeel van zijn electoraat.

Vervolgens heb ik hem – mijn Italiaanse vriend dus – nog de essentie proberen uit te leggen van de pr-campagne van die Groen Links-wethouder, met mevrouw Sjiek en meneer Sjoen in de hoofdrollen. Toen lag mijn Italiaanse vriend al naar adem te happen. Zoveel onnozelheid had hij zelfs bij de locale politici van Forza Italia nooit aangetroffen.

Sjiek & Sjoen richt zich op ernstige grootstedelijke problemen als scheef geparkeerde fietsen en rondwaaiende papiertjes. Zwerfvuil heet dat, maar ík ken zwerfvuil alleen uit de grote steden in het vaderland van mijn vriend, in Rome, Napels, Palermo. Het problematiseren van zwerfvuil in Maastricht is als praten over de ijsberenpopulatie in de Sahara. Die is er niet.

In het aangeharkte en opgepoetste openluchtmuseum dat Maastricht de laatste jaren is geworden, is zwerfvuil een non-item. Een electoraal speeltje van een wethouder die het zwaartepunt van de milieuportefeuille heeft moeten laten aan een VVD’er. En vanuit de VVD, zo weten we, is sinds Pieter Winsemius nooit meer iets over het milieu vernomen.

Het ergste vuil in Maastricht, we weten het, zwerft niet over de grond, maar zweeft door de lucht. Het zijn demicroscopisch kleine stofdeeltjes die wij elke dag inademen. Roetdeeltjes van uitlaatgassen, stofresten van remschijven en rubberdeeltjes van banden.

Ze zorgen ervoor dat Maastricht een van de meest vervuilde steden van Nederland is, en dat onze levensverwachting lager is dan elders.

Je zou dus denken dat de gemeente hier meer prioriteit legt dan bij het bekeuren van foutparkerende fietsers, eigenaren van niet aangelijnde honden en wildplassers.

Het verneukeratieve van fijnstof is dat je het alleen onder een microscoop kunt zien. En ruiken doe je het ook al niet – ík tenminste niet.

Omdat er hier twee hooggeleerde heren zijn die alles afweten van de wetenschappelijke kanten van het fijnstof dat afkomstig is van het verkeer, wil ik de aandacht eerst richten op het fijnstof van de afvalverbranders van de ENCI, eentje aan deze, eentje aan de andere kant van de grens met België.

Ook hier heeft de gemeente nooit een stap te veel gezet om te onderzoeken, en eventueel te voorkomen, welke verbrande afvalstoffen er bij westenwind over ons worden uitgestrooid. Hoe graag zou ik van wethouder Aarts vernemen wat er wekelijks aan afval in die door de overheid gesubsidieerde verbranders wordt gestopt, en wat wij ervan via de lucht vervolgens weer mogen inademen. Maastrichtenaren hebben niet alleen behoefte aan ‘klaor loch’, maar ook aan klare wijn.

Hoe ongezond is die uitstoot, meneer Aarts, vertel het ons. En wat gaat u doen, aan die onheilspellende wolken met fijnstof die bij westenwind over ons worden uitgebraakt.

Terug naar die andere fijnstof, afkomstig uit het verkeer. Het ingenieursbureau Arcadis heeft naar eigen zegen een systeem ontwikkeld waarbij de fijnstof, vooral het deel dat boven de autowegen blijft hangen, de riolering in wordt gezogen en daar wordt gezuiverd. Het stof kan dan via het afvalwater worden afgevoerd.

Het riool als zuiveringsinstallatie: het is op zijn minst een interessant idee. Het procédé zou minimaal tien procent van de fijnstof uit de lucht halen. Alle kleine beetjes helpen, als de woorden van Arcadis tenminste kloppen, en de verslaggever van het persbureau ANP het goed heeft verwoord. Als dat niet het geval is, hebben we hier te maken met een verfijnd staaltje van riooljournalistiek.

Wido Smeets,18/11/2005